Flexibele opname verlof medische bijstand.

Vanaf 1 juni 2019 moet je verlof voor medische bijstand niet langer verplicht met minstens een maand op te nemen. Vanaf nu heb je de mogelijkheid om het voltijds verlof voor medische bijstand voor kortere periodes op te nemen. Hiervoor heb je wel de toestemming van je werkgever nodig. Neem je voor minstens 1 maand voltijds verlof voor medische bijstand, dan kan je dit inkorten tot 1, 2 of 3 weken.

Bedraagt het resterend gedeelte van de maximumperiode voor medische bijstand minder dan 1 maand, dan kan je het verlof opnemen zonder akkoord van je werkgever.

Opgelet: de regeling is nog niet van toepassing voor alle sectoren.  Voorlopig kunnen enkel werknemers uit de privésector, de personeelsleden van de lokale en provinciale besturen er gebruik van maken.

Aanvraag

Je dient een schriftelijke aanvraag in bij je werkgever (aangetekend of tegen ontvangstbewijs). Dat moet minstens 7 dagen voor de ingangsdatum van het verlof.

Je voegt een attest van de behandelend dokter toe waarin je verklaart de zieke persoon te verzorgen. Je vermeldt in de aanvraag ook de periode waarin je het werk wil onderbreken of verminderen. Om organisatorische redenen heeft de werkgever 2 werkdagen bedenktijd om het verlof uit te stellen. De duur van het uitstel is maximum 7 dagen.

Je vindt alle documentatie voor verlof medische bijstand op de website van de RVA.

Loon en uitkering

Tijdens het verlof voor medische bijstand krijg je geen loon van je werkgever, maar krijg je wel een uitkering van de RVA. Die uitkering is forfaitair. Ze is dus niet gebaseerd op je loon.

Goed om te weten

  • Onder 'zwaar ziek' verstaat men iedere ziekte die door de behandelend arts als dusdanig wordt beschouwd.
  • Een 'gezinslid' is iedere persoon die met je samenwoont (onder hetzelfde dak leeft).
  • ‘Familieleden’ zijn in de eerste plaats je bloedverwanten tot de tweede graad: ouders en grootouders, kinderen en kleinkinderen, broers en zussen. Ook aanverwanten tot de eerste graad komen in aanmerking: schoonouders, stiefouders, stiefkinderen en de echtgenoten van de kinderen. Als je wettelijk samenwoont, worden ook de ouders en de kinderen van jouw wettelijk samenwonende partner als je familieleden beschouwd.

Print   Email